1. 1. Indien het orgaan van een bedrijfslichaam, dat tot medewerking is geroepen, deze niet of niet behoorlijk verleent, wordt daarin voorzien:
    • - a. indien het betreft medewerking, gevorderd bij of krachtens een wet, door Onze betrokken Minister;
    • - b. in de overige gevallen door de Raad.
  2. 2. De voorziening geschiedt op kosten van het nalatige bedrijfslichaam.