- **1.** Rechtshandelingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 33 en 34 zijn nietig.
- **2.** Op de nietigheid kan geen beroep worden gedaan ten nadele van hem, die van de oplegging van de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel onkundig was, tenzij hij ernstige reden had het bestaan er van te vermoeden.
- **3.** Ten aanzien van de echtgenoot of geregistreerde partner, de bloed- of aanverwanten tot in de derde graad en de personen in dienst van degene, te wiens laste de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel is uitgesproken, wordt aangenomen, dat zij ernstige reden hebben gehad de oplegging van de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel te vermoeden, behoudens tegenbewijs.
Titel V
Artikel 35 WED
Onderdeel van Wet op de economische delicten· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 35 WED bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon