Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder
luchtvaart: het gebruik van luchtvaartuigen;
luchtvaartuig: toestel, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
vliegtuigen: luchtvaartuigen zwaarder dan lucht en voorzien van een voortstuwingsinrichting;
exploitant van een luchtvaartterrein: degene, te wiens name ingevolge deze wet een luchtvaartterrein wordt aangewezen;
vervallen;
buitenlandse luchtvaartuigen: luchtvaartuigen, ingeschreven in een buitenlands luchtvaartuigregister;
luchtvaartterreinen: een aangewezen terrein ingericht voor het opstijgen en landen van luchtvaartuigen;
luchtvaartmaatschappijen: eigenaren van ondernemingen, die geheel of gedeeltelijk hun bedrijf maken van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen;
verkeersvlucht: een vlucht, die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft;
Onze Minister: voor wat de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: voor wat de militaire luchtvaart betreft: Onze Minister van Defensie;
Hoofdstuk I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Luchtvaartwet· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022