Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt mede verstaan onder
gezagvoerder: hij, die een luchtvaartuig alleen bedient;
bedienen van een luchtvaartuig: het verrichten van handelingen aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van het gebruik van dat luchtvaartuig;
terreinen: watergebieden;
bouwwerken: getimmerten, constructiemasten, bovengrondse geleidingen, dijken en kaden.
luchtwaardigheid: de toelaatbaarheid van het door het luchtvaartuig veroorzaakte geluid.
Hoofdstuk I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Luchtvaartwet· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 1972