Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt mede verstaan onder

  • - a. gezagvoerder: hij, die een luchtvaartuig alleen bedient;
  • - b. bedienen van een luchtvaartuig: het verrichten van handelingen aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van het gebruik van dat luchtvaartuig;
  • - c. terreinen: watergebieden;
  • - d. bouwwerken: getimmerten, constructiemasten, bovengrondse geleidingen, dijken en kaden.
  • - e. luchtwaardigheid: de toelaatbaarheid van het door het luchtvaartuig veroorzaakte geluid.