De vice-president, de leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst nemen geheimhouding in acht, voorzover:

  • - a. de aard van de aangelegenheid daartoe noopt;
  • - b. Onze Minister wie het aangaat dit nodig acht, of
  • - c. de meerderheid van degenen die aan de beraadslaging deelnemen daartoe besluit.