Voor de toepassing van de artikelen 21 tot en met 22d ter bepaling van de hoogte van de heffingskorting is beslissend de toestand op het tijdstip waarop de belasting moet worden ingehouden, met dien verstande dat voor de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting beslissend is de toestand aan het einde van de kalendermaand waarin de belasting moet worden ingehouden.
Hoofdstuk III
Artikel 24 LB
Onderdeel van Wet op de loonbelasting 1964· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2006
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 24 LB bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon