1. 1. De arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet bestaat achtereenvolgens uit een loondervingsuitkering, waarvoor het dagloon als maatstaf geldt en een vervolguitkering, waarvoor het vervolgdagloon als maatstaf geldt.
  2. 2. De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag, de zaterdagen en zondagen niet meegerekend, bij een arbeidsongeschiktheid van:
    15-25%14%van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
    25-35%21%van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
    35-45%28%van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
    45-55%35%van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
    55-65%42%van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
    65-80%50,75%van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
    80% of meer75%van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
  3. 3. Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt, zoveel doenlijk, rekening gehouden met verkregen nieuwe bekwaamheden.