- **1.** In deze wet en in de daarop berustende bepalingen wordt onder beleggingsgoud verstaan:
- - **a.** goud, in de vorm van staven of plaatjes met een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995/1000, al dan niet belichaamd in effecten, doch met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram;
- - **b.** gouden munten die:
- - **1°.** een zuiverheid van ten minste 900/1000 hebben;
- - **2°.** na 1800 zijn geslagen;
- - **3°.** in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd;
- - **4°.** normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80% overschrijdt;
- - **c.** gouden munten die zijn opgenomen in de lijst die de Europese Commissie elk jaar publiceert in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie en die daarmee worden geacht aan de in onderdeel b opgenomen criteria te voldoen gedurende het hele jaar waarvoor de lijst wordt gepubliceerd.
- **2.** De in het eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde gouden munten worden, voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, geacht niet wegens hun numismatische belang te worden verkocht.
Hoofdstuk V › Afdeling 6
Artikel 28j OB
Onderdeel van Wet op de omzetbelasting 1968· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 28j OB bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon