1. 1. De niet in de Unie gevestigde ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie verwijderd uit het identificatieregister in de volgende gevallen:
    • - a. indien hij meldt dat hij niet langer diensten verricht die onder de niet-Unieregeling vallen;
    • - b. indien anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan de niet-Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten beëindigd zijn;
    • - c. hij vervult niet langer de voorwaarden om van de niet-Unieregeling gebruik te mogen maken;
    • - d. hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de niet-Unieregeling.
  2. 2. De verwijdering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is, bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.