- **1.** De rechtbank benoemt insgelijks een voogd, wanneer voorziening nodig is wegens:
- - **a.** tijdelijke onmogelijkheid, waarin een voogd zich bevindt, het gezag uit te oefenen; of
- - **b.** onbekendheid van bestaan of verblijfplaats van de voogd; of
- - **c.** in gebreke blijven van de voogd, het gezag uit te oefenen.
- **2.** Is de benoeming op het eerste lid onder c gegrond, dan kan de rechtbank de benoemde voogd een beloning toekennen en is de in gebreke gebleven voogd jegens de minderjarige aansprakelijk voor de kosten die de vervanging veroorzaakt, alsmede, behoudens zijn verhaal op de benoemde voogd, voor diens verrichtingen.
- **3.** Indien de in het eerste lid genoemde omstandigheden zijn vervallen, kan de voogd op eigen verzoek of op verzoek van degene die hij vervangt, door de rechtbank worden ontslagen tenzij de rechtbank dit niet in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt.
- **4.** Indien in geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij een van de in het eerste lid bedoelde omstandigheden zich voordoet ten aanzien van een van beide voogden, oefent de andere voogd het gezag over de kinderen alleen uit. Zodra deze omstandigheid is vervallen, herleeft de gezamenlijke voogdij. Het tweede lid is niet van toepassing.
Boek 1 › Titel 14 › Afdeling 6 › § 3
Artikel 297 BW
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 1· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 297 BW bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon