**1.** De belanghebbende aan wie een uitkering als bedoeld in artikel 51 geheel of gedeeltelijk wordt uitbetaald en die niet binnen twaalf maanden de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, is verplicht:
in voldoende mate te trachten passende arbeid te vinden;
aangeboden passende arbeid te aanvaarden;
mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid.
**2.** De belanghebbende voorkomt dat hij:
door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt;
door eigen toedoen passende arbeid opgeeft;
eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren.
**3.** Artikel 7a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een kamerlid.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing:
op de belanghebbende die inkomsten geniet ten bedrage van 100% van berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 50, onderdeel e, of een ambt heeft aanvaard als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en daaruit inkomsten geniet ten bedrage van 70% of meer van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 50, onderdeel e;
op de belanghebbende die recht heeft op een voortgezette uitkering ingevolge artikel 53a;
voor de periode dat de belanghebbende verzoekt af te zien van de uitbetaling van de gehele uitkering.
**5.** Dit artikel is niet van toepassing gedurende de eerste drie maanden na het aftreden van de belanghebbende.
afdeling Derde › Hoofdstuk 10
Artikel 52a
Artikel 52a
Onderdeel van Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022