Naar hoofdinhoud
1. Binnen zes maanden na de in artikel 8, eerste lid, bedoelde dag zendt de Vereeniging aan de Commissie een advies omtrent de bij haar ingediende vorderingen, bestaande in een lijst van vorderingen, welke naar haar oordeel voor erkenning in aanmerking komen en een lijst van vorderingen welke naar haar oordeel niet voor erkenning in aanmerking komen. Vorderingen uit hoofde van niet-verzilverde coupons worden buiten beschouwing gelaten. 2. In de eerstgenoemde lijst vermeldt de Vereeniging telkens voor elke vordering het bedrag waarop de vordering naar haar oordeel kan worden vastgesteld. In de laatstgenoemde lijst vermeldt de Vereeniging telkens voor elke vordering de gronden, waarom deze naar haar oordeel niet voor erkenning in aanmerking komt. 3. Tenzij de Commissie om bepaalde in de beslissing te vermelden redenen meent anders te moeten oordelen, wordt als grondslag voor de vaststelling van het bedrag der vordering van een obligatiehouder aangenomen de in de Nederlandse geldseenheid omgerekende nominale waarde van de obligatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel