**1.** Nadat alle gedingen, bedoeld in het vorige artikel, zijn geëindigd, maakt de Commissie afzonderlijke lijsten op van de erkende vorderingen van de schuldeisers, geen obligatiehouders zijnde en van de obligatiehouders, en vermeldt daarop bij elke vordering het bedrag, waarop deze is vastgesteld. Een afschrift van deze uitdelingslijsten wordt door de Commissie toegezonden aan de erkende schuldeisers niet zijnde obligatiehouders, aan de Vereeniging, en aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
**2.** Elk van de in artikel 2 bedoelde bedragen wordt door de zorg van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, na aftrek van de ter uitvoering dezer Rijkswet gemaakte kosten, pondspondsgewijze verdeeld onder de schuldeisers voor wie het bestemd is, naar verhouding van de bedragen, waarvoor zij op de uitdelingslijsten voorkomen.
**3.** Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan, op voorstel van de Commissie of na deze gehoord te hebben, te allen tijde bepalen dat er op de erkende vorderingen een voorlopige uitkering zal worden gedaan. De grootte van deze uitkering wordt door Onze Minister van Buitenlandse Zaken bepaald.
Hoofdstuk 5
Artikel 22
Artikel 22
Onderdeel van Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1971