Naar hoofdinhoud
Indien ten tijde van de uitdeling er gevallen zijn, waarin krachtens artikel 14 een beslissing over de vraag aan welke persoon een bepaalde vordering toekomt, niet is genomen en niet inmiddels op andere wijze is komen vast te staan aan wie de vordering toekomt, wordt het voor uitkering vatbare bedrag waarvoor zodanige vordering op de in artikel 22, eerste lid, bedoelde lijsten voorkomt, door Onze Minister van Buitenlandse Zaken gestort in de consignatiekas ten behoeve van degeen die daarop uiteindelijk zal blijken rechthebbende te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel