1. 1. Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
    • - a. kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen;
    • - b. kosten van ontwikkeling;
    • - c. kosten van verwerving ter zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom;
    • - d. kosten van goodwill die van derden is verkregen;
    • - e. vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
  2. 2. Voor zover de rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve aanhouden.