**1.** Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar:
door hem aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.2;
door hem aan vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.3;
door hem aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die voldoet aan artikel 9.7.4.4;
door hem aan vervoer in Nederland geleverde gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die voldoet aan artikel 9.7.4.4, of
door hem of als inboekdienstverlener aan vervoer in Nederland geleverde elektriciteit, die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen, met uitzondering van elektriciteit geleverd aan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bestemmingen of laadinfrastructuur.
**2.** Bij de inboeking, bedoeld in het eerste lid, wordt een onderscheid gemaakt naar gelang de hernieuwbare energie is geleverd aan de:
sector land;
sector binnenvaart;
sector zeevaart.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
de inboeker, bedoeld in het eerste lid;
de inboekdienstverlener, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e;
de minimale hoeveelheden in te boeken elektriciteit door een inboeker;
het geaggregeerd inboeken van elektriciteit door de inboekdienstverlener.
Artikel III van Stb. 2026/83 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 9 › Titel 9.7 › § 9.7.4
Artikel 9.7.4.1
Artikel 9.7.4.1
Onderdeel van Wet milieubeheer· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026