**1.** De in te boeken vloeibare biobrandstof:
voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt voor vervoer op een opslaglocatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde duurzaamheidsysteem is gecertificeerd, dan wel op een andere locatie voor zover die certificering zich over die opslaglocatie uitstrekt en voert over die opslaglocatie de massabalans van biobrandstoffen,
voldoet aan de overig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen, waaronder eisen ten aanzien van het aantonen dat de hoeveelheid ingeboekte biobrandstof is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer,
wordt niet geproduceerd uit olie uit sojabonen of palmolie, met uitzondering van olie uit sojabonen of palmolie met een gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807, en
dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen leveringen van bepaalde vloeibare biobrandstoffen afkomstig van landen buiten Nederland worden uitgezonderd van het eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van de verplichting om de massabalans van biobrandstoffen te voeren over de opslaglocatie waar de vloeibare biobrandstof zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt voor vervoer bevond.
Artikel III van Stb. 2026/83 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 9 › Titel 9.7 › § 9.7.4
Artikel 9.7.4.2
Artikel 9.7.4.2
Onderdeel van Wet milieubeheer· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026