- **1.** Uitkering uit de consignatiekas vindt plaats op schriftelijk verzoek van degene die van zijn recht op uitkering doet blijken.
- **2.** Bij de uitkering wordt, over geconsigneerde gelden, de rente vergoed, bedoeld in het volgende lid. De rente wordt niet vergoed ten aanzien van consignaties ten belope van minder dan € 45,38. Dit bedrag kan door Onze Minister worden bijgesteld, indien de ontwikkeling van prijsindexcijfers hem daartoe aanleiding geeft.
- **3.** Het percentage van de rente wordt door Onze Minister jaarlijks in de maand januari voor het alsdan ingetreden kalenderjaar vastgesteld. Bij de vaststelling van dat percentage wordt rekening gehouden met de ten tijde van die vaststelling geldende rente op direct opvraagbare spaarrekeningen bij grote bankinstellingen, de Postgiro en de Rijkspostspaarbank.
- **4.** De rente begint te lopen op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de gelden door Onze Minister zijn ontvangen.
- **5.** De rente wordt berekend tot en met de laatste dag van de maand, voorafgaande aan die waarin de uitkering geschiedt dan wel tot en met de laatste dag van de maand, voorafgaande aan die waarin de rechtsvordering tot uitkering is verjaard.
- **6.** De rente wordt berekend over het aantal gehele euro’s waaruit de geconsigneerde som bestaat, met verwaarlozing van onderdelen van euro’s.
- **7.** Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, regelen vast met betrekking tot de voorwaarden, waaronder tot uitkering wordt overgegaan, zomede met betrekking tot uitkeringen in geval van derden-beslag onder de consignatiekas.
Artikel 9 Wet op de consignatie van gelden
Onderdeel van Wet op de consignatie van gelden· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 9 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon