1. 1. De militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee, die gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof:
    • - a. een militair beneden de rang van majoor: 184 uren;
    • - b. een militair met de rang van majoor of een hogere rang: 192 uren.
  2. 2. Voor de toepassing van het vorige lid is bepalend de rang of de stand die de militair op 1 januari van het kalenderjaar bekleedt.
  3. 3. De volgens het eerste lid vastgestelde aantallen uren vakantieverlof worden verhoogd volgens onderstaande tabel, afhankelijk van de leeftijd die de militair in het desbetreffende kalenderjaar bereikt:

    leeftijd

    verhoging

    18 jaar en jonger

    24 uren

    19 jaar

    16 uren

    20 jaar

    8 uren

    van 30 tot en met 39 jaar

    8 uren

    van 40 tot en met 44 jaar

    16 uren

    van 45 tot en met 49 jaar

    24 uren

    van 50 tot en met 54 jaar

    32 uren

    van 55 tot en met 59 jaar

    40 uren

    60 jaar en ouder

    48 uren