Naar hoofdinhoud
1. De gemeente aanvaardt de in artikel 1, eerste lid, genoemde onroerende goederen, met uitzondering van de onder groep I genoemde, terstond in bezit en genot, voor zover dit niet reeds is geschied. 2. De onroerend-goed- en alle andere zakelijke belastingen en lasten die van de in het vorige lid bedoelde onroerende goederen worden geheven, zijn met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op de dag van de eigendomsovergang voor rekening van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel