Naar hoofdinhoud
1. De rechten en verplichtingen van het Rijk die bestaan met betrekking tot de in artikel 1 genoemde onroerende goederen, gaan over op de gemeente met ingang van de dag van de eigendomsovergang. Aan de gemeente is/wordt voor de overgang een opgave van deze rechten en verplichtingen gedaan. 2. De gemeente vrijwaart het Rijk voor alle aanspraken, voortvloeiende uit de in het vorige lid bedoelde verplichtingen. 3. Alle vóór de dag van de eigendomsovergang opeisbaar geworden vergoedingen voor het in gebruik geven van de in artikel 1 genoemde onroerende goederen komen toe aan het Rijk. Vanaf genoemde dag opeisbaar geworden vergoedingen komen toe aan de gemeente. Hiervan zijn uitgezonderd de inkomsten uit onroerende goederen die reeds door het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" en door de gemeente met toestemming van het Rijk in gebruik zijn gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel