1. 1. De verkiezing van de leden van de gemeenteraad in het jaar waarin de reguliere gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden en waarvoor de kandidaatstelling plaatsvindt op de dag, bedoeld in artikel F 1, eerste lid, van de Kieswet, blijft achterwege.
  2. 2. De zittingsduur van de leden van de raad wordt verlengd tot 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de verkiezing, bedoeld in het eerste lid, achterwege blijft.