Een in een vreemde staat opgelegde sanctie kan in Nederland niet worden ten uitvoer gelegd indien naar het oordeel van Onze Minister een gegrond vermoeden bestaat dat de beslissing tot vervolging of de oplegging van de sanctie is ingegeven door overwegingen van ras, godsdienst, levensovertuiging, nationaliteit of politieke overtuiging van de veroordeelde of deswege ongunstig is beïnvloed.
Hoofdstuk I › Afdeling B
Artikel 5 WOTS
Onderdeel van Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 5 WOTS bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon