1. 1. De werknemer, die werkloos is uitsluitend als gevolg van vorst, sneeuwval, hoog water of andere buitengewone natuurlijke omstandigheden heeft recht op uitkering voor de duur van de buitengewone natuurlijke omstandigheden.
  2. 2. De artikelen 17 en 42, tweede lid, onderdeel a zijn niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde werknemer.