1. 1. Wanneer verkeerstekens die een maximumsnelheid aanduiden een hogere snelheid aangeven dan :
    • - a. de in de artikelen 20, onderdeel b, 21, onderdeel b, 22 en 22a vastgestelde maximumsnelheden, of
    • - b. de ingevolge een ministeriële regeling krachtens artikel 86a geldende maximumsnelheid, of
    • - c. de in artikel 45 aangegeven snelheid,

    geldt de laagste aangegeven snelheid.

  2. 2. Indien zowel door verkeerstekens op borden als door elektronische signaleringsborden een maximumsnelheid wordt aangegeven, geldt de laagste aangegeven maximumsnelheid.