1. 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
    • - - schadeloosstelling: de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 2 van deze wet;
    • - - kamerlid: lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
    • - - de voorzitter: de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
    • - - de eerste, tweede en overige ondervoorzitters: de eerste, tweede respectievelijk overige ondervoorzitters van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
    • - - fractievoorzitter: kamerlid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dat lid voorzitter is van een fractie, dan wel enig lid is van een fractie;
    • - - griffier: de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
  2. 2. Deze wet is niet van toepassing op kamerleden die het ambt van minister of staatssecretaris bekleden.
  3. 3. De artikelen 2 tot en met 6 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.