1. 1. De grond waarop zich openbare vaarwateren bevinden, wordt vermoed eigendom van de Staat te zijn.
  2. 2. Dit vermoeden werkt niet tegenover een openbaar lichaam:
    • - a. dat die wateren onderhoudt en het onderhoud niet van de Staat heeft overgenomen;
    • - b. dat die wateren onderhield en waarvan dit onderhoud door de Staat of door een ander openbaar lichaam is overgenomen.