- **1.** Heeft een beding ten behoeve van een derde ten opzichte van die derde geen gevolg, dan kan degene die het beding heeft gemaakt, hetzij zichzelf, hetzij een andere derde als rechthebbende aanwijzen.
- **2.** Hij wordt geacht zichzelf als rechthebbende te hebben aangewezen, wanneer hem door degene van wie de prestatie is bedongen, een redelijke termijn voor de aanwijzing is gesteld en hij binnen deze termijn geen aanwijzing heeft uitgebracht.
Boek 6 › Titel 5 › Afdeling 4
Artikel 255 BW
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 6· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 255 BW bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon