Of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of voor een ander doet, wordt naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van de navolgende regels en overigens op grond van uiterlijke feiten.
Boek 3 › Titel 5
Artikel 108 BW
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 3· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 108 BW bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon