**1.** Een zeilschip met een lengte van 20 meter of meer dat varende is, moet voeren de zijdelichten en het heklicht zomede, aan of nabij de top van de mast, daar waar deze het best kunnen worden gezien, twee rondom zichtbare heldere lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste groen.
**2.** Een schip dat onder zeil is en tevens werktuiglijk wordt voortbewogen, moet op het voorschip, daar waar deze het best kan worden gezien, een kegel voeren met de punt naar beneden.
Hoofdstuk 3
Artikel 25
Zeilschepen
Onderdeel van Scheepvaartreglement Westerschelde 1990· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1992