Een schip bezig met de uitoefening van de visserij moet voeren:
twee rondom zichtbare heldere lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste groen en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere.
ingeval het vaart door het water loopt, tevens de zijdelichten en het heklicht.
Hoofdstuk 3
Artikel 26
Schepen bezig met de uitoefening van de visserij
Onderdeel van Scheepvaartreglement Westerschelde 1990· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 25 mei 2011