De militair-rechterlijke ambtenaren die op grond van artikel 2 van de Wet van 3 april 1968, houdende regeling van de bezoldiging van de militair-rechterlijke ambtenaren, in bezoldiging waren gelijkgesteld met de rechterlijke ambtenaren, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel F, van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, blijven in bezoldiging gelijkgesteld met de in dat artikel genoemde rechterlijke ambtenaren, indien en voor zolang zij ingevolge een opvolgende benoeming tot rechterlijke ambtenaar een lagere bezoldiging ontvangen.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Rijkswet houdende regels betreffende de rechtspositie van enige militair-rechterlijke ambtenaren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 8 maart 1992