Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4

Artikel 21

Verstrekking (nieuwe) DOV-kaart bij tussentijds uitstel, etc.

Onderdeel van Reglement rechtstoestand tewerkgestelden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 31 mei 1992

1. Indien de erkende gewetensbezwaarde, bedoeld in artikel 11, nadat hem: tussentijds uitstel, tussentijdse vrijstelling dan wel groot verlof in afwachting van de beslissing omtrent de geschiktheid voor de vervangende dienst, is verleend, alsnog het onvervuld gedeelte van de gewone vervangende dienst dient te voltooien, wordt hij in het bezit gesteld van een (nieuwe) DOV-kaart. Het bepaalde in de eerste volzin is van overeenkomstige toepassing, indien de erkende gewetensbezwaarde de tewerkstelling voortijdig heeft beëindigd met toepassing van artikel 47. 2. Verstrekking van een (nieuwe) DOV-kaart blijft echter achterwege, indien de duur van het nog resterende gedeelte van de gewone vervangende dienst minder dan 30 dagen bedraagt. Alsdan heeft de erkende gewetensbezwaarde aanspraak op vergoeding van de kosten voor het reizen in de gevallen, genoemd in paragraaf 5. Het bepaalde in artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in de tweede volzin bedoelde vergoeding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel