Indien de tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart, na het verstrijken van de op de DOV-kaart vermelde uiterste datum, nog gewone vervangende dienst moet verrichten ingevolge het bepaalde in artikel 25, onder a en/of 31, eerste lid, onder c, van de wet, wordt hij in het bezit gesteld van een nieuwe DOV-kaart. Verstrekking van een nieuwe DOV-kaart blijft echter achterwege, indien de duur van de dan nog te verrichten gewone vervangende dienst minder dan 30 dagen bedraagt. Alsdan is het bepaalde in het tweede lid van artikel 21 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 22
Verstrekking (nieuwe) DOV-kaart bij verlenging van de tewerkstelling
Onderdeel van Reglement rechtstoestand tewerkgestelden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 31 mei 1992