**1.** Het bepaalde in deze paragraaf is niet van toepassing ten aanzien van de tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een Defensie-kaart openbaar vervoer, tenzij in paragraaf 4 anders is bepaald.
**2.** In deze paragraaf wordt, tenzij anders is bepaald, onder reiskosten verstaan: de werkelijk gemaakte kosten voor het reizen met het openbaar vervoer, op de voor het rijk minst kostbare wijze, van de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming.
**3.** Waar in deze paragraaf wordt gesproken over een eigen vervoermiddel, motorvoertuig of bromfiets, wordt daaronder mede begrepen een particulier(e) vervoermiddel, motorvoertuig of bromfiets toebehorend aan een derde.
**4.** De tewerkgestelde die gebruik maakt van een eigen vervoermiddel, wordt voor de vergoeding van de reiskosten geacht met het openbaar vervoer te reizen.
Vergoeding blijft achterwege:
indien hij niet in het bezit is van een door de minister verleende machtiging tot het gebruik van het eigen vervoermiddel;
voor zover hij, indien hij met het openbaar vervoer zou hebben gereisd, geen recht op vergoeding zou hebben gehad.
**5.** De aanvraag voor de in het vierde lid onder a) bedoelde machtiging wordt ingediend bij de Directie TEGMD.
**6.** De minister kan een machtiging tot het gebruik van een eigen vervoermiddel intrekken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 23
Algemene bepaling
Onderdeel van Reglement rechtstoestand tewerkgestelden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 31 mei 1992