1. 1. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
    • - a. de naam en het adres van de verzoeker;
    • - b. de dagtekening;
    • - c. een aanduiding van de oorzaak van de schade;
    • - d. een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;
    • - e. de gronden van het verzoek.
  2. 2. Bij het verzoekschrift worden zo mogelijk een afschrift van het schadeveroorzakende besluit waarop het verzoekschrift betrekking heeft, en van het verzoek, bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, overgelegd.
  3. 3. Artikel 6:5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.