Naar hoofdinhoud

§ 9

Artikel 26

Artikel 26

Onderdeel van Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. In de gevallen, bedoeld in artikel 22, onderdelen a en c van het eerste lid, wordt op aanvraag van de rechthebbende een nieuwe zeebrief als bedoeld in artikel 18, onderscheidenlijk artikel 19 uitgereikt. 2. Deze aanvraag, met de vervallen zeebrief in te zenden, gaat vergezeld van de stukken, bedoeld in artikel 15, eerste lid onderscheidenlijk tweede lid. Indien het schip echter buiten Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten verblijft, wordt de vervallen zeebrief verzonden onmiddellijk na ontvangst van de nieuwe zeebrief aan boord. 3. Een nieuwe zeebrief kan op bovenstaande voet mede worden uitgereikt, wanneer voldoende blijkt, dat de vroegere buiten schuld van de belanghebbende is verloren gegaan of niet kan worden overgelegd. 4. Op aanvraag wordt, na eigendomsovergang van het zeeschip, aan de nieuwe eigenaar een zeebrief als bedoeld in artikel 18 op zijn naam uitgereikt, mits het schip een Curaçaos, onderscheidenlijk Sint Maartens schip is gebleven. De uitreiking geschiedt na overlegging van een afschrift van de teboekstelling van het schip ten name van de aanvrager in het openbaar register en tegen inlevering van de aan de vorige eigenaar uitgereikte zeebrief. Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel