1. 1. Onze Minister kan voorzieningen treffen:
    • - a. om dreigende overtolligheid te voorkomen door ontslag op aanvraag te stimuleren;
    • - b. ten behoeve van ambtenaren die zijn aangewezen als herplaatsingskandidaat bedoeld in artikel 106.
  2. 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid.