1. 1. Aan de ambtenaar wordt, zo mogelijk vóór de aanvaarding van zijn ambt, een akte van aanstelling uitgereikt, waarin in ieder geval worden vermeld:
    • - a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar;
    • - b. de naam van de dienst, het bedrijf of de instelling van het Ministerie van Defensie;
    • - c. de datum, met ingang waarvan hij wordt aangesteld;
    • - d. of de aanstelling geschiedt in vaste of tijdelijke dienst;
    • - e. de wekelijkse arbeidsduur waarvoor de ambtenaar wordt aangesteld.
  2. 2. Indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst, wordt bovendien in de akte van aanstelling vermeld:
    • - a. of de aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd - en zo ja voor hoelang of voor onbepaalde tijd;
    • - b. de toepasselijke, in artikel 7, tweede lid, omschreven grond(en) voor de aanstelling in tijdelijke dienst.