Het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging of een bovenwettelijke ziekte-uitkering vangt aan op de eerste dag waarop:
- - **a)** wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is gewerkt;
- - **b)** het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is gestaakt;
- - **c)** wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet zou zijn gewerkt;
- - **d)** het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zou zijn gestaakt.