In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • - a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
  • - b. vervallen;
  • - c. vervallen;
  • - d. vervallen;
  • - e. vervallen;
  • - f. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
  • - g. bevoegd gezag:
    • - 1°. de korpschef, voor zover het betreft de ambtenaar, aangesteld bij een onderdeel, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012;
    • - 2°. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft ambtenaren van de rijksrecherche.
  • - h. korpschef: de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
  • - i. Centrale: een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in artikel 1 van de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid;
  • - j. Commissie: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2;
  • - k. overleg CGOP: het overleg van Onze Minister met de Commissie;
  • - l. overleg GOKB: het overleg van de korpschef met de Commissie;
  • - m. vervallen;
  • - n. COR: de centrale ondernemingsraad politie;
  • - o. vervallen;
  • - p. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
  • - q. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
  • - r. PartnerPlusPensioen Politie: het PartnerPlusPensioen Politie, bedoeld in artikel 1 van bijlage C van het Pensioenreglement.