- **1.** Op de ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst zijn de artikelen 1, derde tot en met zesde lid, 2, 4, 5, 7, eerste lid, aanhef en onder a, b, e en f, tweede en derde lid, 10, 10a, 12a, 12b, 12e, 12f, 17, eerste tot en met derde lid, vierde lid, onder b, en vijfde lid, 18, eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, 18a, 19 tot en met 22a en 23 van dit besluit van toepassing.
- **2.** Voor de toepassing van:
- - **a.** artikel 1, derde lid, wordt voor «meerdere» gelezen: de ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst die uit hoofde van zijn functie met de leiding is belast of het bevel heeft over de taakuitvoering;
- - **b.** artikel 1, vierde lid, onder a, wordt voor «bevoegd gezag» gelezen: de officier van justitie;
- - **c.** artikel 1, vierde lid, onder d, wordt voor «geweldmiddel» gelezen: de wapens en de uitrusting waarmee geweld kan worden uitgeoefend, ten aanzien waarvan krachtens artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie is bepaald dat de in dat lid genoemde artikelen niet van toepassing zijn op ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten;
- - **d.** de artikelen 17, vierde lid, onder b, en 18, eerste lid, aanhef en onder b, wordt voor «de korpschef» telkens gelezen «het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst» en voor «een andere ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onder a of c, van de Politiewet 2012, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak» telkens gelezen: de ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst;
- - **e.** artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, wordt voor «de korpschef» gelezen: het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst;
- - **f.** artikel 18a, tweede lid, wordt voor «artikel 7, eerste en zevende lid, van de Politiewet 2012» gelezen: artikel 6, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
- - **g.** artikel 20 wordt voor «artikel 7, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012» gelezen: artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
- - **h.** artikel 21 wordt voor «onderzoek aan kleding of voorwerpen» gelezen «onderzoek aan kleding» en wordt voor «artikel 7, derde lid, van de Politiewet 2012» gelezen: artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
Hoofdstuk 6a
Artikel 36a AI
Onderdeel van Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
- artikel 1, derde tot en met zesde lid
- artikel 2
- artikel 4
- artikel 5
- artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a
- artikel 10
- artikel 10a
- artikel 12a
- artikel 12b
- artikel 12e
- artikel 12f
- artikel 17, eerste tot en met derde lid
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie
- artikel 17, vierde lid, onder b
- artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b
- artikel 2
- artikel 18
- artikel 18a
- artikel 7
- artikel 6
- artikel 20
- artikel 7
- artikel 6
- artikel 21
- artikel 7
- artikel 6
Houd art. 36a AI bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon