De buitengewoon opsporingsambtenaar is niet eerder bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 bedoelde bevoegdheden dan nadat die bevoegdheid is aangetekend op de akte van beëdiging en is gebleken van zijn bekwaamheid in de uitoefening daarvan.
Hoofdstuk 7
Artikel 39 AI
Onderdeel van Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 39 AI bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon