Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Splitsing van aandelen

Onderdeel van Splitsing van aandelen ‘Spin off’· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 12 oktober 1994

Een splitsing van aandelen (split-up) heeft veelal tot doel de aandelen beter verhandelbaar te maken. Een dergelijke splitsing kan zowel voor de rechtstreekse aandeelhouder als voor de houder van certificaten van aandelen fiscale gevolgen met zich brengen. Een splitsing waarbij en aandeel van bij voorbeeld nominaal f 1.000 wordt gesplitst in twee aandelen van nominaal f 500 en er geen overboeking plaatsvindt van een reserve- naar een kapitaalrekening heeft geen fiscale gevolgen (echte split-up). Er vindt slechts een mutatie plaats binnen het nominale kapitaal van de vennootschap. Indien het hiervoor genoemde aandeel van nominaal f 1.000 wordt gesplitst in twee aandelen van nominaal f 750 kunnen er wel fiscale gevolgen zijn verbonden aan de splitsing (onechte split-up). Het nominaal aandelenkapitaal wordt vergroot met f 500. Indien dit bedrag afkomstig is van de agioreserve is er sprake van een agio-bonus. Een dergelijke agio-bonus is er niet belast, voor zover deze bonus ten last van de – als fiscaal gestort kapitaal erkende – agioreserve is geboekt. Indien deze f 500 afkomstig is uit de winstreserves of de lopende winst is er sprake van een winstbonus of stock-dividend en dient belastingheffing plaats te vinden op grond van artikel 29, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet). Wanneer er sprake is van zowel fiscaal erkend als niet erkend agio en er slechts één ongesplitste agioreserve wordt geadministreerd, zal bij een bonusuitkering ten laste van deze agioreserve een evenredige verdeling over beide vormen van agio worden aangenomen. Het voorgaande geldt ook voor aandelen zonder nominale waarde. Een splitsing van een dergelijk aandeel heeft geen gevolgen, indien het aandeel wordt gesplitst in twee of meer aandelen zonder nominale waarde en tevens geen verschuiving van de winstreserves naar de kapitaalrekening plaatsvindt. Wellicht ten overvloede merk ik op, dat de kwalificatie welke in het buitenland aan de verschillende onderdelen van het vermogen wordt gegeven, niet doorslaggevend is; de beoordeling dient naar Nederlands recht plaats te vinden. Een afwijkende benadering voor aandeelhouders in buitenlandse vennootschappen acht ik niet gewenst. Dit zou immers leiden tot een ongelijke behandeling ten opzichte van aandeelhouders in binnenlandse vennootschappen zonder dat hier een redelijke grond voor is. Verzoeken om een dergelijke afwijkende benadering pleeg ik dan ook af te wijzen. Het voorgaande geldt mutatis mutandis voor de houders van certificaten van aandelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel