Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar beperkt de opsporingshandelingen waartoe hij bevoegd is, tot hetgeen nodig is voor een juiste vervulling van de functie in verband waarmee hij tot buitengewoon opsporingsambtenaar is beëdigd. Hij onthoudt zich van elk optreden waartoe hij niet bevoegd is. 2. De buitengewoon opsporingsambtenaar gedraagt zich bij de uitoefening van zijn opsporingsbevoegdheden overeenkomstig de bij of krachtens de wet gegeven regels. 3. Indien hij bevoegd is politiebevoegdheden uit te oefenen, gedraagt hij zich overeenkomstig artikel 7, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van de Politiewet 2012 en de op hem van toepassing zijnde bepalingen uit de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel