**1.** Bij het uitoefenen van zijn taak draagt de buitengewoon opsporingsambtenaar een legitimatiebewijs bij zich, waarvan het model door Onze Minister is vastgesteld.
**2.** Onze Minister kan personen of categorieën aanwijzen die bevoegd zijn een legitimatiebewijs te dragen dat afwijkt van het model, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onverminderd artikel 1, eerste en tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden toont de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
Hoofdstuk 5
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 december 1994