Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 26

Artikel 26

Onderdeel van Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 7 december 1994

1. Bij het uitoefenen van zijn taak draagt de buitengewoon opsporingsambtenaar een legitimatiebewijs bij zich, waarvan het model door Onze Minister is vastgesteld. 2. Onze Minister kan personen of categorieën aanwijzen die bevoegd zijn een legitimatiebewijs te dragen dat afwijkt van het model, bedoeld in het eerste lid. 3. Onverminderd artikel 1, eerste en tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden toont de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel