1. 1. De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij het uitoefenen van de politiebevoegdheden de door of namens de meerdere, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, gegeven aanwijzingen op.
  2. 2. Hij verstrekt de meerdere, bedoeld in het eerste lid, de gewenste inlichtingen.