Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 a

Artikel 9 a

Verkrijging door een natuurlijk persoon

Onderdeel van Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Bij de verkrijging van kentekenplaten worden overgelegd: een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen, de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen voor voertuigen ingeschreven op aanvraag van een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek en die niet langer dan zeven dagen daarvoor voor het eerst zijn tenaamgesteld, bij verkrijging van kentekenplaten de in artikel 9c, onder b, bedoelde dienstenpas of gegevens worden overgelegd. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen van technische aard in werking treedt (Stb. 2023, 195).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel