**1.** In gevallen als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet moet de beschrijving van de uitvinding:
de van belang zijnde gegevens ten aanzien van de kenmerken van het biologisch materiaal bevatten waarover de aanvrager beschikt;
de instelling waarbij, het nummer waaronder en de datum waarop het biologisch materiaal is gedeponeerd vermelden.
**2.** Bij de aanvrage worden overgelegd:
een verklaring, inhoudende dat de aanvrager onherroepelijk toestemming verleent tot het overeenkomstig artikel 21 verstrekken van monsters van het door hem gedeponeerde biologisch materiaal;
een afschrift van het door de instelling, waarbij het biologisch materiaal is gedeponeerd, afgegeven ontvangstbewijs;
een afschrift van de in artikel 19 bedoelde verklaring.
**3.** Het in het eerste lid, onder b, bedoelde nummer en het in het tweede lid, onder b, bedoelde afschrift kunnen ook worden verstrekt binnen een termijn van een maand na het indienen van de aanvrage.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de rijkswet houdende
wijziging van de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de
Zaaizaad- en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming van
biotechnologische uitvindingen in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › § 6
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 20 november 2004