Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Wettelijke bepalingen

Onderdeel van Nevenfunctie-circulaire 1995· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 16 maart 1995

Artikel 11, eerste en tweede lid De leden van provinciale staten maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van provinciale staten zij vervullen. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het provinciehuis. Artikel 43, vijfde lid 5. De gedeputeerden genieten geen vergoedingen, in welke vorm ook, voor werkzaamheden verricht in nevenfuncties die zij vervullen uit hoofde van het ambt van gedeputeerde, ongeacht of die vergoedingen ten laste van de provincie komen of niet. Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd, worden zij gestort in de provinciale kas. Artikel 65, vijfde lid 5. De commissaris geniet geen vergoedingen, in welke vorm ook, voor werkzaamhedem, verricht in nevenfuncties welke hij vervult uit hoofde van zijn ambt, ongeacht of die vergoedingen ten laste van de provincie komen of niet. Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd, worden zij gestort in de provinciale kas. Artikel 66 De commissaris vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op de goede vervulling van het ambt van commissaris of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. De commissaris meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van commissaris, aan provinciale staten. De commissaris maakt openbaar welke nevenfuncties hij, anders dan uit hoofde van het ambt van commissaris vervult. Artikel 284 Artikel 43, vijfde lid, en artikel 65, vijfde lid, treden in werking op de dag van het eerste periodieke aftreden van de leden van gedeputeerde staten na de inwerkingtreding van deze wet. Artikel 21, eerste lid 1. De leden van het bestuur van een openbaar lichaam of van het gemeenschappelijk orgaan kunnen een tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie van wethouder, burgemeester of secretaris vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Deze tegemoetkoming en vergoeding worden bij de regeling, of krachtens de regeling door het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het gemeenschappelijk orgaan, vastgesteld. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 41, eerste lid, 52, eerste lid, 74, eerste lid, 84, eerste lid, en 98, eerste volzin, verklaren artikel 21 van toepassing op samenwerkingsverbanden waarbij de provincies zijn betrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel